Op weg



Het is zover. Ik ga varen op de "Shipdock I". Wat is-sie groot! Eerst de motor aan de praat krijgen. De eerste keer doen we dat, zoals ons verteld is, met tegenzin met een beetje ether. Later pas worden we door een Kromhout-kenner gewezen op het bakje onderaan de luchtinlaat, waar je spiritus in kan branden bij wijze van "voorgloeien". Dat wist zelfs Michel met al zijn ervaring niet. O.K. motor loopt, check het koelwater. Alles in orde, trossen los en met het roer naar de wal die koppelings-pook even tegen het werk aan duwen. Dan achteruit om weg te komen. Dat gaat goed. Nu vooruit, gashendeltje op zes en een machtig gevoel bekruipt me. Dit is nog eens wat anders dan die Pieremegoggeltjes die ik tot nu toe gewend was!

Op het binnen-IJ komt ons een ouderwets passagiersschip tegemoet en ik moet er langs naar dat bruggat toe. "kalm nou," roept Michel "paniek voorlangs, achter is het kerremis". Ja met die andere bootjes scheur je er even langs, dit is een Schip met een grote S en dat moet ik echt leren beheersen.


Dat wordt wat met koninginnedag!